Onderzoek

MODECT, ect-behandeling in kaart

Achtergrond
In de periode van 2011 tot en met 2013 deden wij een onderzoek naar de werkzaamheid en veiligheid van ECT. Met dit onderzoek wilden we bij onze patiënten de werkzaamheid van de ECT goed in kaart brengen om deze daardoor beter te begrijpen en nog beter toe te passen.

Wie deden er mee?
De meeste patiënten uit klinieken in Amsterdam en in Leuven die ECT kregen wilden meedoen aan het onderzoek. De gemiddelde leeftijd was 73 jaar. Er deden meer vrouwen mee (66%) dan mannen. De patiënten hadden gemiddeld al 2 keer antidepressiva gebruikt voordat ze ECT kregen. Veel van hen hadden ook lichamelijke ziekten, vooral hart-vaat-ziekten. We hebben verschillende vragenlijsten afgenomen. Ook is er bloed afgenomen en zijn er MRI scans gemaakt van de hersenen.

Hoe was het behandelresultaat?
78% van de patiënten reageerde goed op ECT behandeling. Dit goede resultaat was nog sterker (87%) voor patiënten die pas na het 50ste levensjaar voor het eerst een depressie kregen. Ook patiënten met een psychotische depressie, een zeer ernstige vorm van depressie, hadden relatief de meeste kans op een goed resultaat.

Wat hebben we gevonden op de MRI scans?
Met MRI scans hebben we een deel van de hersenen, namelijk de grootte van de hippocampus ook wel het zeepaardje genoemd, onderzocht. De hippocampus is belangrijk voor het opslaan van nieuwe herinneringen. De hippocampus is aangedaan (kleiner geworden) bij de ziekte van Alzheimer maar ook bij depressieve patiënten.
Bij onze groep depressieve patiënten die behandeld werden met ECT werd gevonden dat ná ECT behandeling de hippocampus iets groter werd. Dit is een nieuwe bevinding bij oudere patiënten die opknappen van de behandeling de ECT behandeling.

Conclusie en vervolg
ECT is een zeer effectieve behandeling voor depressie bij ouderen. Patiënten met een eerste depressie na het 50ste levensjaar of met psychotische symptomen reageren het beste op ECT. Om de bevindingen van o.a. de hippocampus op de MRI scan beter te begrijpen, gaan we in 2016 starten met een vervolgmeting na 5 jaar. We willen met een korte vragenlijst onderzoeken of en hoe vaak patiënten een herhaling van de depressie hebben gehad. Daarnaast willen we ook het geheugen nogmaals testen.